Uitspraak KiFiD: Adviseur tekortgeschoten bij advisering over maandlastenbeschermer

12 september 2016 09:30

Het betreft een advies over een hypothecaire lening en een maandlastbeschermer. Volgens de Consument heeft de Tussenpersoon zijn werkzaamheden niet goed uitgevoerd. Onder andere door hem verkeerd voor te lichten over de verhoging van het hypotheekbedrag en het uitkeren van de afkoopwaarde van een spaarverzekering. Verder stelt de Consument dat de Tussenpersoon hem geen maandlastbeschermer met een vooruit te betalen premie had mogen adviseren. Naar het oordeel van de Commissie is de Tussenpersoon tekortgeschoten bij het voorlichten van Consument. Geen schadevergoeding wordt toegewezen in verband met de verhoging van het hypotheekbedrag en de afkoopwaarde van de spaarverzekering. Wel wordt schadevergoeding toegewezen in verband met de maandlastbeschermer.

De feiten
Consument en zijn toenmalige partner hebben in 1999 gezamenlijk een hypotheek. Consument en zijn partner hadden beide een spaarverzekering. In verband met hun gezamenlijke hypothecaire lening is besloten alleen de spaarverzekering van Consument voort te zetten.

Toen in 2007 hun relatie eindigde, hebben Consument en zijn partner afgesproken dat Consument het woonhuis zou overnemen en zijn partner zou uitkopen. In die periode heeft Consument, via de advisering en bemiddeling van de Tussenpersoon, een hypotheek afgesloten en een maandlastbeschermer. In verband met de maandlastbeschermer heeft Consument een koopsom van € 10.302,50 betaald. Vlak voor het passeren van de akten is Consument gebeld door een medewerker van de notaris die vertelde dat Consument ongeveer € 3.000 moest bijbetalen. Op 7 september 2007 is de akte van verdeling gepasseerd en heeft Consument, voor een bedrag van € 80.154 zijn ex-partner uitgekocht uit de gezamenlijke woning. In de overgelegde conceptversie van deze akte staat dat aan de hypotheek van Consument en zijn ex-partner 'werd mede verbonden een zogenaamde spaarverzekering, welke polis in de verdeling zal worden betrokken voor een waarde van € 39.108,00'.

In januari 2009 schreef de Tussenpersoon aan Consument: “De maandlastenverzekering keert in geval van arbeidsongeschiktheid maandelijks een bedrag uit. Jij hebt inderdaad het geld overgemaakt naar de verzekeraar. En ik acht het waarschijnlijk dat ik op dat moment heb gezegd dat het geld weer zou worden verrekend met de hypotheek, met andere woorden; je zou het geld (omdat het in de hypotheek zou worden opgenomen) weer via de notaris terugkrijgen. Het is uiteraard altijd erg vervelend en niet wenselijk dat een klant moet bijbetalen. Maar dit had te maken met het feit dat jij niet meer hypotheek kan en kon krijgen. Waarom moest je überhaupt bijbetalen? Om een lang verhaal kort te maken: door de verhogingen van de afkoop van € 61.000 naar € 80.000 'paste' de maandlastenbeschermer niet meer in de hypotheek en moest je bijbetalen. Maar hier was je van op de hoogte. Je hebt immers voor beide offertes en dergelijke getekend.” De Tussenpersoon heeft nog nagevraagd of de betaling maandlastenbeschermer kon worden omgezet in een maandpremie, maar dat kon helaas niet.

De Tussenpersoon geeft verder aan Consument te hebben verteld dat als hij het bedrag in één keer zou storten, de verzekering wel kan worden stopgezet, maar dat hij niets terugkrijgt. Consument geeft aan dat als hij dat had geweten hij het niet in één keer had gestort. De Tussenpersoon geeft verder aan: “Ik ben bereid te zoeken naar een oplossing (...). Ik ben zelfs bereid je voor een bepaald bedrag te compenseren om de gemoederen tot bedaren te brengen, hiermee beken ik overigens geen schuld! (...)”

Volgens Consument bestaat de schade uit een aantal schadeposten: (a) de schade ontstaan in verband met de afkoopwaarde van de spaarverzekering, begroot op € 20.000; (b) de schade veroorzaakt door het afsluiten van de maandlastbeschermer, begroot op € 3.525; en (c) het bedrag van € 3.000 dat aan de notaris moest worden bijbetaald. Volgens Consument is de Tussenpersoon toerekenbaar tekortgeschoten: (a) door hem niet naar behoren voor te lichten over de verhoging van het hypotheekbedrag en de wijze waarop de afkoopwaarde van de spaarverzekering bij de verdeling zou worden betrokken; volgens Consument is de afkoopwaarde van de spaarverzekering gedeeltelijk aan zijn ex-partner uitbetaald terwijl deze afkoopwaarde ook al was meegenomen in het uitkoopbedrag van € 80.154; en (b) door het afsluiten van de maandlastbeschermer te adviseren, terwijl dit product niet passend voor hem was, en door hem ontoereikend voor te lichten over de kenmerken van dit product. De Tussenpersoon heeft de stellingen van Consument gemotiveerd weersproken.

De beoordeling
De Tussenpersoon is opgetreden als adviseur. Hij behoorde Consument daarom voor te lichten over de inhoud van de akte van verdeling en de nieuwe overeenkomst van hypothecaire geldlening. Consument heeft uitvoerig toegelicht dat de Tussenpersoon, voorafgaand aan de ondertekening van de akte van verdeling, hem ontoereikend heeft voorgelicht over het feit dat de afkoopwaarde van de spaarverzekering was meegenomen in de akte van verdeling en dat, wanneer vervolgens de afkoopwaarde door de verzekeraar zou worden uitgekeerd, het gehele bedrag van die uitkering aan Consument moest worden overgemaakt. De Tussenpersoon heeft hierover alleen gesteld dat op enig moment het aan de ex-partner te betalen bedrag is verhoogd naar ongeveer € 81.000 en Consument dan de ‘gehele polis toebedeeld zou krijgen’, maar dat hij niet meer weet hoe dit precies is gegaan. Daarmee staat vast dat Consument ontoereikend is voorgelicht en dat de Tussenpersoon zijn verplichtingen jegens Consument niet heeft nageleefd. Beoordeeld moet worden of de ontoereikende voorlichting kan leiden tot het toewijzen van schadevergoeding. Naar het oordeel van de Commissie is niet gebleken dat het handelen van de Tussenpersoon heeft geleid tot het door Consument genoemde schadebedrag van € 20.000. Een verhoging van het hypotheekbedrag is op zichzelf nog geen schade; daarvan zou pas sprake zijn als het geleende bedrag ten onrechte aan de ex-partner van Consument ten goede zou zijn gekomen. Dat laatste is echter niet gebleken. Uit de stukken blijkt dat de ex-partner twee keer de helft van de afkoopwaarde van de spaarverzekering heeft ontvangen, de eerste keer als onderdeel van het bedrag dat zij ontving op grond van de akte van verdeling, en vervolgens doordat de verzekeraar de helft van de afkoopwaarde aan haar heeft overgemaakt. Uit de stukken blijkt dat de ex-partner het ontvangen bedrag van € 19.589 aan Consument heeft overgemaakt onder vermelding van ‘foutje bank’. De conclusie is dan ook Consument en zijn ex-partner uiteindelijk ieder de helft van de afkoopwaarde hebben ontvangen. Dit onderdeel van de klacht leidt daarom niet tot schadevergoeding.

Met betrekking tot de voorlichting over de maandlastbeschermer stelt Consument dat de Tussenpersoon hem heeft geadviseerd de maandlastbeschermer af te sluiten, waarbij de vooruit te betalen premie van € 10.302,50 zou worden gefinancierd met de hypothecaire lening. Volgens Consument heeft de Tussenpersoon hem één dag voor het passeren van de akten medegedeeld dat het hypotheekbedrag niet hoog genoeg was voor het financieren van de premie van de maandlastbeschermer. Consument stelt dat hij de Tussenpersoon toen heeft gevraagd de maandlastbeschermer ‘ongedaan te maken’, in die zin dat de verzekering zou worden beëindigd en hij de reeds betaalde premie zou terugkrijgen, maar dat Tussenpersoon toen heeft gezegd dat dit niet mogelijk was. Tussenpersoon heeft hiertegen ingebracht dat Consument graag een verzekering wenste die een uitkering zou verschaffen ingeval hij invalide zou worden en heeft ter onderbouwing verwezen naar een van Consument ontvangen brief.

De Commissie overweegt als volgt. Het staat vast dat Consument is geadviseerd over het afsluiten van de maandlastbeschermer en dat daarbij ter sprake is gekomen dat de premie mogelijk zou worden gefinancierd door de nog af te sluiten hypothecaire lening. Het is echter niet gebleken dat Tussenpersoon tijdig, nog voor het afsluiten van de maandlastbeschermer, heeft gemeld dat het hypotheekbedrag mogelijk niet hoog genoeg zou zijn om de premie van € 10.302,50 te financieren en dat Consument in dat geval dit bedrag uit eigen middelen moest betalen. Verder heeft de Tussenpersoon in zijn brief van januari 2009 aan Consument bericht dat hij de maandlastbeschermer kon stopzetten, maar dan niets zou terugkrijgen. Dat is echter onjuist gebleken; Consument heeft erop gewezen dat hij de verzekeraar heeft benaderd om de maandlastbeschermer te beëindigen en, na ontvangst van de daarvoor vereiste verklaring van de Belastingdienst, van de verzekeraar een premieteruggave van € 3.777,58 heeft ontvangen. Het voorgaande betekent dat de Tussenpersoon Consument ontoereikend heeft voorgelicht over de relevante kenmerken van de maandlastbeschermer. Beoordeeld moet worden of de ontoereikende voorlichting over de maandlastbeschermer tot schade heeft geleid. De vooruitbetaalde premie van dit product bedroeg € 10.302,50. Uit de e-mail van mei 2016 van Consument blijkt dat hij, na beëindiging van de maandlastbeschermer, van de verzekeraar € 3.777,58 heeft ontvangen en van de Tussenpersoon een vergoeding van € 3.000, zodat hij per saldo aan de maandlastbeschermer € 3.524,92 heeft besteed. Uitgangspunt bij de schadeberekening is dat het aan de maandlastbeschermer bestede bedrag van € 3.524,92 wordt vergeleken met het bedrag dat Consument zou hebben besteed aan dit product of een vergelijkbaar product als hij wel deugdelijk zou zijn voorgelicht door Tussenpersoon. Uit de stukken valt echter niet met zekerheid af te leiden of Consument, als hij wel toereikend zou zijn voorgelicht, een verzekering zoals de maandlastbeschermer zou hebben afgesloten en zo ja, onder welke voorwaarden (met een maandelijks te betalen premie of anderszins), wat de looptijd zou zijn geweest en welk bedrag hij in dat geval aan het afgesloten product zou hebben besteed. Wegens deze onzekerheden zal de schade op grond van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek worden geschat; de Commissie begroot de schade op de helft van het hiervoor genoemde bedrag van € 3.524,92. Afgerond komt dit uit op een bedrag van € 1.750.

Consument heeft ook gesteld dat hij schade lijdt doordat hij bij het passeren van de akten op 7 september 2007 aan de notaris een bedrag van € 3.000 heeft moeten betalen. Het is echter niet gebleken dat de notaris dit bedrag onjuist heeft berekend. Dit brengt mee dat dit bedrag niet als schade kan worden aangemerkt, omdat het ook voor rekening van Consument zou zijn gekomen als het wel had kunnen worden meegefinancierd in de hypothecaire lening.

De beslissing
De Commissie: beslist dat de Tussenpersoon binnen vier weken na de dag waarop een afschrift van deze beslissing aan partijen is verstuurd, aan Consument een bedrag van € 1.750 vergoedt; en wijst het meer of anders gevorderde af.

Wat kunt u doen?
Zorg dat u tijdig uw advies aan de klant verstrekt, inclusief een financieringsopzet, wat gebaseerd is op de persoonlijk en financiële positie, de risicobereidheid, wensen en doelstellingen van uw klant, zodat uw klant voldoende tijd heeft om uw advies te beoordelen en hier een zelfstandig oordeel over te vellen. Vaak is de “schade” van het uitstellen van het passeren van de akten minder groot dat de schade die de klant oploopt door een verkeerd of onvolledig advies. Stel een adviessamenvatting op, waarin u de belangrijkste elementen van uw advies benoemt. Maak hierbij een koppeling tussen de doelstellingen van uw klant en uw advies. U kunt hierbij verwijzen naar de berekeningen uit uw adviesrapport. Leg alles vast in het dossier van de klant en zorg ervoor dat u zeker weet dat de klant begrijpt welke gevolgen zijn beslissingen hebben. Zeker wanneer hij afwijkt van uw advies. Zorg dat u goed op de hoogte bent van de kenmerken en voorwaarden van de producten die u adviseert. Mocht u een vraag krijgen waar u niet direct het antwoord op weet, geef dan aan dat u het gaat uitzoeken en er bij uw klant op terugkomt, in plaats van een onvolledig of onjuist antwoord te geven.