Kamerbrief over rentemiddeling

7 juni 2016 10:30

Op 31 mei jl. heeft minister Dijsselbloem van Financiën een brief aan de Tweede Kamer gestuurd over rentemiddeling. In deze brief worden ook vragen en opmerkingen van een aantal fracties over dit onderwerp beantwoord.

Op de vraag naar de voortgang bij de verschillende hypotheekverstrekkers bij het aanbieden van rentemiddeling antwoord de minister dat het Verbond van Verzekeraars en de Nederlandse Vereniging van Banken hebben aangegeven dat een groot deel van de sector inmiddels rentemiddeling aanbied. Naar verwachting wordt rentemiddeling in de loop van 2016 voor het overgrote deel van de hypotheekmarkt aangeboden. Dijsselbloem benadrukt dat het aan de individuele aanbieder is om te bepalen hoe zij met het  verzoek om rentemiddeling aan te bieden om gaan. En dat het ze vrij staat om te besluiten rentemiddeling niet aan te bieden als klanten bijvoorbeeld op een andere manier de mogelijkheid wordt geboden om te profiteren van de lage rente. Ook moet beoordeeld worden of rentemiddeling de consument daadwerkelijk voordeel oplevert.

Onduidelijkheid over de fiscale aspecten van rentemiddeling is opgelost via een goedkeuring in het Beleidsbesluit van 27 november 2015, nr. BLKB 2015/1486M. Boeterente is ook aftrekbaar als deze wordt uitgesmeerd over een langere termijn zoals bij rentemiddeling gebruikelijk is. Hiermee zijn de wettelijke belemmeringen voor rentemiddeling weggenomen.

Vanuit de regelgeving zijn er geen belemmeringen om een afspraak met je aanbieder te maken over de hoogte van het rentetarief voor de periode nadat je rentevast periode is afgelopen. Het is echter de vraag of de consument daar baat bij heeft. Na afloop van een rentevast periode kan een consument op zoek naar een aanbieder die de beste en meest passende voorwaarden biedt. Deze optie wordt uitgesloten als een consument zicht vooraf al vastlegt voor een nieuwe rentevast periode bij dezelfde aanbieder.

Met betrekking tot de vragen naar de verschillende opslagen die aanbieder in rekening brengen en voorwaarden die gesteld worden aan klanten die rentemiddeling willen geeft de minister aan dat de consument het beste in gesprek kan treden met zijn aanbieder om de verschillende mogelijkheden te onderzoeken. Het belang van de klant moet bij de berekening van boeterente centraal staan. Dit houdt onder meer in dat de berekening van de boeterente gebeurt op een transparante manier en op basis van passende uitgangspunten, zodat dat de verrekeningen van kortingen of onjuiste afrondingen het klantbelang niet schaden. De aanbieder moet inzichtelijk kunnen maken op welke wijze het boetebedrag tot stand is gekomen.

Bij de implementatie van de Mortgage Credit Directive (MCD) is het uitgangspunt dat de vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek niet hoger mag zijn dat het financiële nadeel dat de aanbieder heeft bij vervroegde aflossing.  De AFM is van oordeel dat de implementatie van de MCD op dit moment voldoende duidelijk zal bieden om af te dwingen dat op een correcte wijze invulling wordt gegeven aan de wens van de Kamer. Als blijkt dat de sector de huidige regels onvoldoende naleeft zullen aanvullend regels worden opgesteld.


Voor de volledige brief van Dijsselbloem aan de kamer klik hier.